Ruime meerderheid voor regeling agrarische bedrijfswoningen

Een ruime meerderheid van de gemeenteraad in Venray stemde tijdens de raadsvergadering van dinsdag 12 maart in met de regeling rondom het verplaatsen van agrarische bedrijfswoningen. Alleen Jan Hendriks, fractievoorzitter van de SP, stemde tegen. De overige 24 aanwezige raadsleden stemde voor.

De regeling heeft als doel de ruimtelijke en milieukundige kwaliteit in gebieden met agrarische bedrijvigheid te verbeteren. Dit wordt gedaan door het verplaatsen van 'overbodige' agrarische bedrijfswoningen toe te staan. Het zou een ruimtelijke oplossing bieden voor agrarische bedrijfswoningen die niet meer noodzakelijk zijn en het voorkomt dat dergelijke locaties voor omliggende agrarische bedrijven een belemmering vormen. De regeling houdt verband met de visie veehouderij 2018.

Hendriks stelde dat er niets gebeurt om de uitstoot van veehouderijen te verminderen. "De focus moet op dat boeren de uitstoot verminderen. Deze regeling is volledig in het belang van de ondernemer en niet in het belang van de burger." Toon Kerkhof van Venray Lokaal had ook bedenkingen bij het voorstel. "Wij zien meer in een gebiedsgerichte aanpak en anderzijds zouden we de regeling willen aanscherpen. De leefbaarheid van het buitengebied is gebaat bij bewoning bij een agrarisch bedrijf, dat verhoogd de betrokkenheid." Hij wilde daarom middels een amendement de regeling alleen laten gelden voor een tweede of derde bedrijfswoning die bij het bedrijf hoort, zodat er altijd een woning bij het bedrijf zou overblijven. Theo Mulders van Samenwerking Venray wilde duidelijkere randvoorwaarden. "We willen helder beschreven hebben wanneer mensen al dan niet kunnen deelnemen aan de regeling"

Wethouder Martijn van der Putten stelde onderzoek gedaan te hebben in Nederland naar de uitkomst van een dergelijke regeling, maar deze niet te hebben gevonden. "Het is dus spannend hoe het uitpakt." Hij stelde voor de evaluatie van de regeling naar voren te halen en naar aanleiding van de aanvragen die zijn gedaan verdere regels op te stellen. "We moeten gewoon starten met de regeling en in eerste instantie per geval bekijken, aan de hand van de motivatie van mensen, gaan kijken of men in aanmerking komt." Na de uitleg van de wethouder werd het amendement en de motie ingetrokken. Van der Putten benadrukte verder dat de regeling los staat van het terugdringen van de uitstoot van veehouderijen.