Maand van de Geschiedenis: Vrouwen in Opstand

Oktober is de maand van de geschiedenis. Ook in Venray wordt stilgestaan bij het thema van de geschiedenismaand: Opstand. In het Venrays Museum is deze maand een tentoonstelling te zien over twaalf opstandige vrouwen, die allemaal een straatnaam kregen in de Venrayse wijk Antoniusveld.

Mina Kruseman, Wilhelmina Drucker, Aletta Jacobs, Rosa Manus, Clara Wichmann, Truus Schröder, Liesbeth Ribbius, Annie Romein-Verschoor, Wilhelmina Sangers, Harriët Freezer, Marga Klompé en Joke Smit. Allen hebben ze een significante rol gespeeld in de verbetering van de rechten en de positie van de vrouw in Nederland. Gedurende de Maand van de Geschiedenis is er in het Venrays Museum voor gekozen om deze vrouwen centraal te stellen. “Vanuit het Venrays Museum wilden we ook iets doen met de Maand van de Geschiedenis en het daaraan gekoppelde thema Opstand. Dat wordt landelijk aangestuurd en voor ons leken deze dames ons de moeite waard”, vertelt Piet Bögels. Piet komt zelf ook uit Venray en is sinds 2011, na zijn pensionering, werkzaam als vrijwilliger bij het museum. “We wilden gewoon eens iets anders. Bij opstand wordt namelijk toch al snel gedacht aan verzet en dan gaat het toch al weer snel over oorlog. Het is goed dat dit aandacht blijft krijgen, maar wij wilden er een andere draai aan geven”, vertelt hij.

 'Blijven leren over geschiedenis'

Volgens Piet is het belangrijk dat iedereen over geschiedenis blijft leren, zodat mensen ook aan het nadenken gezet worden over hoe we geworden zijn zoals we zijn. “Heel veel dingen lijken vandaag de dag vanzelfsprekend, maar zijn dat niet. Een goed voorbeeld zijn de jongeren die met 18 jaar de vraag stellen of ze überhaupt wel zullen gaan stemmen. Het is belangrijk dat niet vergeten wordt wat voor weg daaraan vooraf gegaan is. Zo hebben vrouwen honderd jaar geleden voor het stem- en kiesrecht moeten vechten. Tegenwoordig is dat in ons land geen probleem meer, maar het is van belang dat iedereen weet hoe dat ze gekomen is. Sterker nog, in sommige landen is het nog steeds een actueel onderwerp. Landen waar nog dictators aan de macht zijn.”

De straten in Antoniusveld werden in de jaren 80 aangelegd, tijdens de hoogtijdagen van de tweede feministische golf. Bögels: “Belangrijk is niet waarom de straten die namen hebben, maar dat de verhalen achter de vrouwen bekend worden en blijven. Ze hebben allemaal, stuk voor stuk, iets betekend in de eerste of tweede feministische golf in Nederland.” Die eerste feministische golf was tussen 1850 en 1930, een tijd waarin Venray, Nederland, Europa en de hele wereld in beweging waren. Er werden aan de lopende band uitvindingen gedaan en dat veranderde het leven van de gewone man en vrouw aanzienlijk. Meisjes en vrouwen moesten steeds vaker gaan werken om bij te dragen aan het gezinsinkomen. In de middenstand werden meisjes voorbereid op het huwelijk, na hun twaalfde moesten ze stoppen met school en zich helemaal op het huishouden richten. Eén van de eersten die daartegen in opstand kwam, was Mina Kruseman, waarna één van de straten in Antoniusveld is vernoemd. In diezelfde tijd streed Aletta Jacobs ervoor dat meisje mochten studeren aan de universiteit en dat ze net als mannen kiesrecht kreeg.

Tweede feministische golf

De tweede feministische golf vond plaats van 1960 tot 1980, toen de kinderen die na 1945 geboren werden gingen studeren. Hun ouders bouwden Nederland weer op na de crisis en de oorlog, maar hadden geen tijd om de normen en waarden van voor de oorlog te veranderen. Recht op betaald werk en deelname aan het maatschappelijk leven stonden tijdens de tweede feministische golf centraal. Liesbeth Ribbius streed voor de belangen van werkende vrouwen, Annie Romein-Verschoor was één van de eerste schrijfsters voor het blad Opzij. Halverwege de jaren negentig ontstond een derde feministische golf, die zich meer richtte op zelf-ontplooiing, keuzemogelijkheden en discriminerende gebruiken.

Wilhelmina Sangers

Tussen de foto's van de opstandige vrouwen hangt één Venrayse vrouw: Wilhelmina Sangers. Ze leefde van 1898 tot 1995 en kwam ze in opstand tegen de betutteling en het dom houden van de jonge boerinnen. Ze was één van de weinige meisjes in die tijd die mocht studeren. Uiteindelijk werd ze directrice van de eerste landbouwhuishoudschool in Venray en Horst. Wilhelmina zette zich voortdurend in voor het welzijn van meisjes en vrouwen. Ze motiveerde jonge meisjes en hun ouders om voor een opleiding aan de Landbouw- en Huishoudschool te kiezen en zorgde ervoor dat jonge, onervaren meisjes die gingen studeren in een veilige omgeving opgevangen werden of konden wonen. Haar vermogen legde ze vlak voor haar overlijden vast in de stichting Wilhelmina Sangers Cultuurprijs ter bevordering van cultuur in Limburg en het restaureren en conserveren van kunstwerken. Diverse items in de collectie van het Venrays Museum zijn geschonken door Wilhelmina Sangers.