Geplukt Gini Poels-Rutten Wanssum

Samen met haar dochter en kleindochter schreef ze een boek over haar eigen leven. Ondanks dat ze de oorlog meemaakte in Wanssum, haar man verloor op jonge leeftijd en al een tijdje met lichamelijke klachten kampt, blijft haar lijfspreuk nog altijd ''t kôs erger'. Deze week wordt de altijd positieve 89-jarige Gini Poels-Rutten uit Wanssum geplukt.

Gini werd als oudste kind geboren in een gezin van vijftien kinderen. Haar ouders hadden een gemengd agrarisch bedrijf en Gini werd op jonge leeftijd al aan het werk gezet in de boerderij. "Verder leren mocht ik niet. 'Werken moet je, dat kan geen kwaad', zei mijn vader. Daarom moest ik de koeien melken. Ons gezin was ook erg gelovig, we gingen daarom vaak naar de kerk. Ook in de oorlogstijd."

Brutaal kind

Toen de oorlog uitbrak, was Gini 10 jaar. Haar vader was loco-burgemeester van Wanssum, omdat de burgemeester was gevlucht; hij was een Duitser. "Na een tijdje zijn we geëvacueerd naar een boerderij achter de Ballonzuilen. Toch moest ik elke dag de koeien melken. Ik was in die tijd best een brutaal kind. Ik kan me nog goed herinneren dat ik op een dag vanuit de kerk terug naar huis fietste en ik een draad tegen mijn keel voelde. Daar schrok ik erg van. Mijn vader is 's middags gaan kijken en vond twee Duitse soldaten in het bos. Het bleek dat die Duitsers een ijzeren draad over de weg hadden gespannen. Mijn vader heeft ook een paar dagen later acht geweren met munitie gevonden. Mijn broers mochten daar 's avonds mee op vogels schieten." Volgens Gini leed het dorp veel in de oorlog. Toen het gezin Rutten weer naar huis terugkeerde, mochten de familieleden hard aan het werk om het huis weer in oude staat te krijgen.

Trouwen

Op 22-jarige leeftijd ontmoette Gini haar man Teng op een bruiloft van een nicht van haar moeder. Teng was daar de drummer van een band. "Toen heb ik iemand gevraagd wie dat was, maar er werd gezegd dat hij al een vriendin had. Enige tijd later kwam ik hem weer tegen in Wanssum en bracht hij me naar huis nadat we op de kermis in Meerlo waren geweest." In 1955 trouwden Teng en Gini. "In die tijd trouwde iedereen in het zwart. Ik kan me nog goed herinneren dat er die dag 30 centimeter sneeuw lag." Het stel kocht het huis van Gini's opa waar ze een boerenbedrijf begonnen. "Toen Teng 40 was, is hij gestorven aan kanker en stond ik er alleen voor met onze vier kinderen. Ik ben altijd een boerenmeisje geweest en heb nooit gestudeerd. Om geld te verdienen ging ik als huishoudhulp werken bij ouderen. Het extra geld dat ik verdiende, stopte ik in een spaarpotje zodat we als gezin genoeg geld hadden om elk jaar te gaan skiën."

Als tiener zette Gini zich in voor de gemeenschap van en verenigingen in Wanssum. Ze begon bij de Jonge Garde als leidster. "We hielden de jeugd van Wanssum bezig met sport, spel en knutselen. Ik was in die tijd erg sportief. We mochten ook wel eens op kamp in Neer en daar gingen we met de fiets naartoe." Toen Gini 17 was, sloot ze zich aan bij de vrouwenbond als secretaresse. Later werd ze voorzitster en zorgde ze ervoor dat er in Wanssum een gymclub kwam. "Zingen deed ik ook graag, en nu nog steeds, daarom ben ik bij verschillende koren geweest. Met het gemengd koor onder leiding van Nico van de Kronenberg zijn we naar Frankrijk op concours geweest. Maar omdat dit geld kostte, organiseerden de leden sportdagen, verkochten we bloemen en met carnaval zat ik altijd bij de garderobe. Toen ik 25 jaar lid was van het gemengd koor, ben ik gehuldigd. Dat vergeet ik niet meer."

Bakken en haken

Tegenwoordig besteedt Gini haar tijd met havermoutkoekjes bakken en haken. Zo maakte ze al driehonderd gehaakte dekens. De koekjes die ze maakt, zijn ook populair. "Ik heb vier kinderen, negen kleinkinderen en het derde achterkleinkind is op komst. De kinderen zijn vaak hier om koekjes te komen eten. Ze eten ze graag en dat vind ik prachtig. Met mijn oudste kleinkind, dat in Nieuw-Zeeland woont, skype ik regelmatig." Gini is dankzij haar alle verhalen van vroeger op gaan schrijven, zodat ze het aan haar kleinkind kon voorlezen. "Mijn kleinkind Christine en dochter Annie hebben me geholpen om de verhalen te bundelen. Ik ben een trotse oma."

Tekst en beeld: Jeanine Hendriks