Geplukt - Jac Derikx

Hij wordt wel de nestor van CDA Venray genoemd, maar oud voelt hij zich nog helemaal niet. Hij wil graag dienstbaar zijn voor de samenleving en zijn eigen dorp Geijsteren. Een kleine greep uit zijn bijdrages in het dorp: de dorpsraad, het dorpsplein en de verbouwing van de school tot zorgappartementencomplex konden en kunnen al op zijn steun rekenen. Deze week wordt Jac Derikx (67) geplukt.

Jacs grote hobby is politiek. “Ik ben graag dienstbaar, wil me inzetten voor de mensen”, begint hij. “Dat is altijd al zo geweest. Leefbaarheid in de kleine dorpen vind ik bijvoorbeeld heel belangrijk. Er zijn in de gemeente allerlei instanties die beslissingen nemen. Daar wil ik meepraten. Ik hoef echt niet altijd gelijk te hebben, hoor. Maar ik geef wel graag mijn mening. Discussies houden je scherp.”

Eén van die instanties is de gemeenteraad van Venray, waar Jac sinds maart weer deel van uitmaakt voor het CDA. “In de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum zat ik ook vier jaar in de raad, ben ik fractievoorzitter geweest en uiteindelijk ongeveer tien jaar wethouder. Ik ging telkens een stapje verder.” Na de gemeentelijke fusie kwam Jac ook met voorkeursstemmen in de gemeenteraad van Venray. “Bij de daaropvolgende verkiezingen stond ik wat lager op de lijst en werd ik niet gekozen. Deze keer kwam ik wel weer met voorkeursstemmen in de raad. Het voelt heel fijn als je merkt dat het gewaardeerd wordt wat je doet.”

Renovatie dorpsplein

Niet alleen via de gemeenteraad zet hij zich in voor allerlei zaken in de gemeente. Ook in zijn dorp Geijsteren is hij heel betrokken. Hij zit in de dorpsraad en in het bestuur van het dorpsradenoverleg. Afgelopen tijd was hij druk bezig met de renovatie van het dorpsplein en ook het project om van de voormalige school in het dorp zorgappartementen te maken en energiecoöperatie Beepower kunnen op zijn steun rekenen. Zijn allereerste bestuurlijke functie kreeg hij bij de voetbalclub in Leunen. “Toen ik zeventien was, mocht ik daar met het eerste team meedoen. Meteen in de eerste training bij de senioren ging ik door mijn knie en stortte mijn wereld in. Toen ben ik maar jeugdleider geworden en daarna bij het bestuur gegaan en dat beviel heel goed.”

Jac woonde niet altijd in Geijsteren. Hij werd geboren in Heide, in een christelijk gezin met acht kinderen. “Ik was misdienaar en we moesten verplicht naar de kerk. ’s Middags mochten we dan voetballen. Het liefst was ik buiten: ik klom in de hoogste bomen en haalde kattenkwaad uit met kikkers”, blikt hij terug. Zijn vrouw Bets leerde hij kennen in de danszaal. “Je maakt een praatje, danst een keer. Je kent het wel”, lacht hij. Inmiddels is het stel ruim 45 jaar getrouwd en wonen ze al een hele tijd in Geijsteren. Hun twee kinderen zorgden voor vijf kleinkinderen. “Bets en ik passen iedere week bij drie van onze kleindochters op”, vertelt Jac.

'Een echte bètaman'

Inmiddels is hij met pensioen, maar daarvoor werkte hij 45 jaar lang als leidinggevende in een microbiologisch laboratorium in het ziekenhuis. Eerst in Venray, daarna in Venlo. “Ik had vroeger altijd al iets met scheikunde en ook biologie vond ik heel interessant. Ik ben een echte bètaman”, legt hij uit. “Getalletjes, statistiek, dat ligt me allemaal wel. Maar ik wilde ook met mensen werken. En daarvoor was het laboratorium perfect. Vooral in Venray had ik heel veel contact met mensen. Als teamleider zat ik daar heel goed in mijn vel. Ik wilde mensen altijd graag in hun waarde laten. Misschien soms wel iets te veel, realiseer je je dan als je terugkijkt. Opkomen voor jezelf is ook belangrijk. Maar ik kan gelukkig ook heel assertief zijn.”

“Ik zit niet vaak stil”, concludeert hij. “Ik grijp graag alle nieuwe kansen die zich voordoen aan. Dat zit in mijn karakter. En al die zaken combineren gaat me goed af. Ik voel het nooit als een belasting, doe het altijd met plezier.” Het begin van zijn pensioen twee jaar geleden vond hij dan ook wel even lastig. “Ik miste het werken ontzettend. Daardoor kreeg ik het gevoel dat ik nergens meer bij hoorde. Gelukkig zit ik nog wel in de politiek en houd ik me mezelf bezig door me in te zetten voor allerlei besturen en initiatieven. Ik moet altijd ergens mee bezig zijn. Wakker worden, krantje lezen, een rondje wandelen: dat is voor mij niet genoeg. Achter de geraniums zitten kan altijd nog.”